Sorry, men spreekt van een 11 november “viering”, maar in mijn ogen is dat geen viering, maar een herdenking, want hoe kan men spreken van een viering op een datum waar voorheen duizenden mensen zijn gestorven? Dus op 11 november herdenken wij het einde van oorlog één, deze van 14-18. Als ik vroeger hoorde “den oorlog van 14-18”, dacht ik dat het eentje van in de middeleeuwen was, naderhand wist ik dat het 1914 en 1918 moest zijn.
Nu genoeg oorlog gevoerd, traditiegetrouw wordt de fanfare gevraagd om die herdenking op te luisteren, alleen niet luisteren maar ook blazen. Ik doe dat al denk ik 55 jaar, ik voel mij dus ook al nen oud-strijder. Hoewel, ik ben toch geboren “onder” of is het “in” den oorlog? Ik lach er altijd mee: ben ik nu enen van nen terugtrekkende Duits of nen opkomende Engelsman, maar ... van nen terugtrekkende Duits ???
In de hoedanigheid van muzikant moesten we om 10 uur bijeenkomen in de Lux, ons lokaal. Daar vertrokken we met één oud-strijder en nen hoop kinderen richting kerk om er een misviering bij te wonen. In de kerk was er een koor, een zangvereniging met allemaal mannen, een gemengd mannenkoor dus, en die bleven maar zingen. Er fluisterde iemand - of was ik dat - “ik denk dat die mannen hun langspeelplaat (afgekort L.P) aan’t zingen zijn”. Zoals ik al zei, we waren vertrokken met één oud-strijder, maar in de mis verwelkomde de pastoor drie oud-strijders. Het toeval wilde dat er drie mensen op de eerste rij zaten waarvan die ene oud-strijder, en twee minder oude mensen. Misschien zagen er die volgens de pastoor oud-strijders uit, sorry voor die twee jongere mensen. Na “Ten velde” en de communie, speelden wij den Brabançonne, in’t Frans het vaderlandslied. Op het einde van de mis zegende de pastoor ons met de woorden “en gaat u allen heen in vrede”. Als ik dat hoor heb ik altijd spijt dat ik niet in “Peujel”, Poederlee woon, want recht over de kerk is een café en die noemt “de vrede”. O ja, in de kerk was er nog een concert van twee solisten vader en zoon.
Na dat alles trokken we stoetsgewijs naar het standbeeld van de gesneuvelden uit de oorlog. De burgemeester gaf een ingewikkelde toespraak, alsook die oud-strijder. Ik bedoel niet dat die oud-strijder een ingewikkelde was, maar van zijn toespraak is me bijgebleven dat hij het voortdurend had over vrede en geen oorlog meer. Maar daarna bedankte hij het gemeentebestuur omdat het monument een soldaat met een nieuw geweer gekregen heeft. Wat me opviel in de rede van de burgemeester was dat hij sprak over gehandicapte homofielen die in’t verzet waren ? Waarschijnlijk zal ik weer niet goed geluisterd hebben en een stuk van zijn preek gemist hebben? Na de ceremonie protocollair, allee ik bedoel nadat iedereen zijn gezeg had gehad, speelden vader en zoon nog eens een solo, en wij, de ganse fanfare vielen in met alweer den Brabançonne.
Na dat alles moesten we naar de gemeentelijke feestzaal gaan, met muziek. We dachten van langs de Nijlensesteenweg te gaan (de kortste weg naar de feestzaal), maar helaas nen pollis-agent-flik stuurde ons langs de laan - ge weet wel die baan die dood loopt halverwege. Halverwege, en zo het halve dorp rond. Er werd wat geroezemoesd met de woorden “en dat allemaal voor twee bonnetjes”. Er was iemand, ik noem geen namen, eentje van’t slagwerk, die had een suggestie (beïnvloeding) en zei “volgend jaar als we toch heel het dorp moeten afgaan, nemen we in één trek prins carnaval mee, dan gaat dat in één moeite door” !? Iedereen direct akkoord. Na veel puffen en blazen, ja, want wij stopten aan geen enkel café, zijn we toch aan de feestzaal geraakt. De bareel was gesloten zodat we één voor één aan onze bestemming kwamen. Er was een aperitief-concert bezig met vier saxofoons. Met vijf zijn we gaan luisteren : één familie en ik. Na zes nummers hadden we het bekeken, beluisterd, en zijn we met stille trom naar ons lokaal de Lux eentje (?) gaan drinken. Daar zat nog menig muzikant en ’t was plezant. Na vier vijven en zessen trokken we huiswaarts. Dit maal op een fatsoenlijk uur, en zeiden “allee tot volgend jaar, bij leve en welzijn”, want op mijn ouderdom... Of daar moest nog eens een oorlog komen in ons land (graptje, da kan niet zonder regering!!)
Snorreke