1872-2012, 140 jaar fanfare Herenthout ! Dit kan voor onze redactie niet onopgemerkt voorbij gaan. We maakten dan ook van de gelegenheid gebruik om eens even in het archief te duiken. Deze fantastische ontdekkings-tocht over de geschiedenis van onze fanfare hebben we voor u in een 3-delige reeks neer geschreven. In dit eerste deel bekijken we de periode 1872-1945.
Beste fanfarevrienden,
Als de brandweer Sint-Barbara viert, dan is de fanfare er bij! Ook dit jaar weer begeleidden een 15-tal muzikanten de spuitgasten van het ene café naar het andere. En in de cafés, ambiance alom. Een paar brandweermannen hadden zelfs teksten voorbereid om met onze bekende deuntjes mee te kunnen zingen! Al kon deze samenwerking volgens sommige nog verbeterd worden door op voorhand eens af te spreken …

De bus vertrok netjes op de middag met 47 muzikanten aan boord die allen hun huid duur wilden verkopen. Tijdens de repetitie donderdagavond had dat onmogelijke stuk ‘Tales from the Fens’ eindelijk goed geklonken – het zat in onze vingers en werd stilaan een brok indrukwekkende muziek – maar was dat voldoende ? De fanfare stond niet op zijn sterkste omdat enkele goede muzikanten wegens gezondheidsredenen ontbraken. Het orkesttornooi was voor de hele groep een stap in het onbekende.

In de Lux was het ambiance. Toen voorzitter Francis en dirigent Patrick het café binnenkwamen barstte een luid applaus los. De juryleden hadden hen hun eerlijke mening gegeven. ‘Tales from the Fens’ hadden ze bijzonder gesmaakt. Blijkbaar speelden we tijdens ‘Atropos’ minder geconcentreerd. Binnen de jury draaide de discussie om Sint-Pieter al dan niet naar de hogere ‘erecategorie’ te promoveren … wat ze uiteindelijk niet deden. In de Lux waren de meeste muzikanten ervan overtuigd dat dit een wijze beslissing was: tussen al die semi-professionals uit ereafdeling is het kwaad boterhammen eten.Omdat elke zaal anders klinkt, en we niets aan het toeval wilden overlaten, besloot het bestuur om in volle voorbereiding van de concours, een try-out te organiseren in zaal Ter Dilft te Bornem. Met een zo goed als voltallige bezetting konden we beide concours- stukken ter plekke doornemen en de opstelling uitproberen. Met dank aan Ivo Hendrickx voor het ter beschikking stellen van het slagwerk en een luisterend oor in de zaal.
Sorry, men spreekt van een 11 november “viering”, maar in mijn ogen is dat geen viering, maar een herdenking, want hoe kan men spreken van een viering op een datum waar voorheen duizenden mensen zijn gestorven? Dus op 11 november herdenken wij het einde van oorlog één, deze van 14-18. Als ik vroeger hoorde “den oorlog van 14-18”, dacht ik dat het eentje van in de middeleeuwen was, naderhand wist ik dat het 1914 en 1918 moest zijn.
Nu genoeg oorlog gevoerd, traditiegetrouw wordt de fanfare gevraagd om die herdenking op te luisteren, alleen niet luisteren maar ook blazen. Ik doe dat al denk ik 55 jaar, ik voel mij dus ook al nen oud-strijder. Hoewel, ik ben toch geboren “onder” of is het “in” den oorlog? Ik lach er altijd mee: ben ik nu enen van nen terugtrekkende Duits of nen opkomende Engelsman, maar ... van nen terugtrekkende Duits ???
In de hoedanigheid van muzikant moesten we om 10 uur bijeenkomen in de Lux, ons lokaal. Daar vertrokken we met één oud-strijder en nen hoop kinderen richting kerk om er een misviering bij te wonen. In de kerk was er een koor, een zangvereniging met allemaal mannen, een gemengd mannenkoor dus, en die bleven maar zingen. Er fluisterde iemand - of was ik dat - “ik denk dat die mannen hun langspeelplaat (afgekort L.P) aan’t zingen zijn”. Zoals ik al zei, we waren vertrokken met één oud-strijder, maar in de mis verwelkomde de pastoor drie oud-strijders. Het toeval wilde dat er drie mensen op de eerste rij zaten waarvan die ene oud-strijder, en twee minder oude mensen. Misschien zagen er die volgens de pastoor oud-strijders uit, sorry voor die twee jongere mensen. Na “Ten velde” en de communie, speelden wij den Brabançonne, in’t Frans het vaderlandslied. Op het einde van de mis zegende de pastoor ons met de woorden “en gaat u allen heen in vrede”. Als ik dat hoor heb ik altijd spijt dat ik niet in “Peujel”, Poederlee woon, want recht over de kerk is een café en die noemt “de vrede”. O ja, in de kerk was er nog een concert van twee solisten vader en zoon.
Na dat alles trokken we stoetsgewijs naar het standbeeld van de gesneuvelden uit de oorlog. De burgemeester gaf een ingewikkelde toespraak, alsook die oud-strijder. Ik bedoel niet dat die oud-strijder een ingewikkelde was, maar van zijn toespraak is me bijgebleven dat hij het voortdurend had over vrede en geen oorlog meer. Maar daarna bedankte hij het gemeentebestuur omdat het monument een soldaat met een nieuw geweer gekregen heeft. Wat me opviel in de rede van de burgemeester was dat hij sprak over gehandicapte homofielen die in’t verzet waren ? Waarschijnlijk zal ik weer niet goed geluisterd hebben en een stuk van zijn preek gemist hebben? Na de ceremonie protocollair, allee ik bedoel nadat iedereen zijn gezeg had gehad, speelden vader en zoon nog eens een solo, en wij, de ganse fanfare vielen in met alweer den Brabançonne.
Na dat alles moesten we naar de gemeentelijke feestzaal gaan, met muziek. We dachten van langs de Nijlensesteenweg te gaan (de kortste weg naar de feestzaal), maar helaas nen pollis-agent-flik stuurde ons langs de laan - ge weet wel die baan die dood loopt halverwege. Halverwege, en zo het halve dorp rond. Er werd wat geroezemoesd met de woorden “en dat allemaal voor twee bonnetjes”. Er was iemand, ik noem geen namen, eentje van’t slagwerk, die had een suggestie (beïnvloeding) en zei “volgend jaar als we toch heel het dorp moeten afgaan, nemen we in één trek prins carnaval mee, dan gaat dat in één moeite door” !? Iedereen direct akkoord. Na veel puffen en blazen, ja, want wij stopten aan geen enkel café, zijn we toch aan de feestzaal geraakt. De bareel was gesloten zodat we één voor één aan onze bestemming kwamen. Er was een aperitief-concert bezig met vier saxofoons. Met vijf zijn we gaan luisteren : één familie en ik. Na zes nummers hadden we het bekeken, beluisterd, en zijn we met stille trom naar ons lokaal de Lux eentje (?) gaan drinken. Daar zat nog menig muzikant en ’t was plezant. Na vier vijven en zessen trokken we huiswaarts. Dit maal op een fatsoenlijk uur, en zeiden “allee tot volgend jaar, bij leve en welzijn”, want op mijn ouderdom... Of daar moest nog eens een oorlog komen in ons land (graptje, da kan niet zonder regering!!)
Snorreke

Niet alles kan lukken, maar dit was wel even slikken. De hele harmonie uit Kalmthout was afgezakt naar Herenthout. In plaats van vol te lopen, blijft de kerk bijna leeg. Een veertigtal dapperen lieten het schitterende zomerweer voor wat het was en luisterden toch.
De Koninklijke Muziekvereniging Vlijt en Eendracht onder leiding van Patrick Milbou zette het concert in met de schitterende trompetten uit de intro van Monteverdi’s opera ‘Orfeo’. Met zijn fagotten, fluiten en klarinetten klinkt zo’n uitgebreide harmonie als een kleiner symfonisch orkest. Dit sterke ensemble sloot af met het spectaculaire ‘Kraftwerk’ van de Nederlandse componist Jacob de Haan.
Onzer beider dirigent Patrick houdt blijkbaar van kanonnengedonder en mitraillette-geratel. De harmonie uit Kalmthout bracht WOII via de tv-reeks ‘The Pacific’. Wij sloten daar naadloos op aan via de mooie tonen uit ‘Band of Brothers’, het verhaal van een compagnie Amerikaanse soldaten die via de landing in Normandië in hevige gevechten in de Ardennen en Duitsland belandden.
Bij ons kon Matthias met zijn bugel de hele kerk vullen in Gabriella’s Song. Kerken zijn gebouwd voor blaasmuziek. Daarom hadden de afwezigen ongelijk. Dikwijls hebben wij de zon mee, maar deze keer niet.
Het wordt stilaan routine: vele eters, vele helpers en veel lekker eten! Onze restaurantdag was ook dit jaar weer een succes. Iets minder inschrijvingen dan vorig jaar, maar daar waren vooral de garçons niet rauwig om. De eerste shift was traditiegetrouw minder talrijk dan de tweede waardoor de piek aan den toog er vooral was rond de klok van enen. Het frietkraam had een pak minder wachtrijen dan vorig jaar en de pollepels voor de soep moesten niet snel tussendoor afgewassen worden wegens tekort. Weer een zeer geslaagde editie dus met nogmaals dank aan alle bereidwillige helpers!

Geboorte zoontje van Ellen Aerts (alto) en Christophe Vermeyen. Proficiat ook aan de grootouders Rudy (slagwerk) en Martine en aan tante Elien (bugel) en nonkel Matthias (bugel).
Beste fanfarevrienden,